|
De Vriendenkring (3)
Recht & Krom/Crazy
Omdat Jenny W. en Tony Cassese
van het Almelo's Weekblad mij inmiddels met walging vervullen, heb
ik het bovenstaande verhaal op schrift gezet en er drie kopieën
van gemaakt. Die kopieën stuur ik naar: 1. Jenny W.
zelf; 2. Het relatiebureau waarvoor Jenny werkt; 3. Tony
Cassese van het Almelo's Weekblad. Aan de laatste stuur ik tevens
een vragenlijst met de volgende 8 vragen: 1. Waarom zijn
mijn voorletters niet correct vermeld bij mijn ingezonden brief?
2. Hebt u aan Jenny W. meegedeeld dat mijn brief anoniem is ingediend?
3. Waarom hebt u een lasterlijke brief van Jenny W. in de uitgave
van 23 januari geplaatst en hebt u daarbij mijn naam opnieuw onjuist
weergegeven? 4. Bent u er zich van bewust dat u opzettelijk
gelegenheid hebt gegeven tot laster, smaad en belediging? 5.
Kunt u aantonen dat mevrouw Regina von Metzsch-Schilbach mede-ondertekenaar
is van de brief van Jenny W.? 6. Waarom verzwijgt u het goede
werk dat Regina von Metzsch-Schilbach heeft gedaan voor alleenstaanden
en de Vriendenkring Almelo? 7. Waarom publiceert u slechts twee
weken na uw In Memoriam wederom een paginavullend artikel over Jenny
W. waarin u opnieuw benadrukt dat zij de initiatiefneemster is van
de Vriendenkring? Acht u dit zelf niet walgelijk? 8. Zult u
de uitspraak van de Raad voor de Journalistiek, ongeacht de strekking,
in het Almelo's Weekblad publiceren? Op deze vragen krijg
ik nimmer antwoord, het Almelo's Weekblad reageert niet.
Het Arnhemse huwelijksbureau reageert telefonisch, bij monde van
de eigenaar. Op onbeschofte wijze laat deze mij weten niet geïnteresseerd
te zijn in dit soort informatie over plaatselijke medewerkers. Het
enige dat voor hem telt zijn de alleenstaande slachtoffers die Jenny
W. weet binnen te brengen. De manier waarop dat gebeurt laat hem
verder koud. En Jenny zelf? Die is wellicht ontploft van
woede over het feit dat ik probeer haar singles-monarchietje omver
te werpen.
Op 3 april 1996 krijg ik een brief van advocatenkantoor
Damsté / Spoor, Sanders & Vermeulen:
“Tot mij wendde zich mevrouw J. U.-W. te Almelo in verband met uw schrijven
dat u deed toekomen aan cliënte, haar werkgever en aan het
Almelo's Weekblad. Uw voormelde schrijven staat zozeer haaks
op de realiteit en is zozeer beledigend, dat cliënte door middel
van het onderhavige schrijven op uw voormelde brief alleen nog wenst
in te gaan om te voorkomen dat ooit gezegd zou kunnen worden dat
zij één en ander onweersproken heeft gelaten.
Ik verzoek, voor zover nodig sommeer ik u, u te onthouden van
iedere aktie c.q. vorm van publiciteit, waarbij de goede naam van cliënte,
respektievelijk haar positie wordt beschadigd, bij gebreke waarvan
ik u in opdracht van cliënte zonder nadere aankondiging in
rechte zal betrekken. Op voorhand stel ik u aansprakelijk voor
de gevolgen van uw onrechtmatige daden. Namens cliënte
behoud ik mij alle rechten voor. U bent inmiddels een gewaarschuwd
mens. R.W.A. Koorn.”
Aan een fout in mijn naam kan ik al zien dat
het hier om een schertsbrief gaat die ik
eigenlijk zou kunnen negeren. Maar omdat advocaten graag serieus
genomen willen worden, stuur ik toch maar een antwoord:
“Geachte heer Koorn, Ik heb uw cliënte
een afschrift van een artikel, waarin zij het onderwerp is, toegezonden
en ik heb haar de gelegenheid gegeven schriftelijk op de tekst te
reageren. Ik acht het zorgvuldiger om eerst onderling te communiceren
dan via een advocatenkantoor. Enige vorm van verontschuldiging
van de kant van uw cliënte zou kunnen hebben geleid tot beëindiging
van deze zeer onverkwikkelijke zaak. Uw cliënte heeft blijkbaar
anders verkozen. Ik deel u mede dat het betreffende artikel
volledig conform de waarheid is, en dat het thans wereldwijd zal
worden gepubliceerd. Ik verzoek, zonodig sommeer ik uw
cliënte om in de eerstvolgende uitgave van het Almelo's Weekblad
een advertentie te plaatsen met de volgende tekst en met de afmetingen:
150 x 150 mm minimaal. “Rectificatie ingezonden brief van
Jenny W. Ik, Jenny W. te Almelo, verbonden aan De Vriendenkring
- Möll'nwiek, verklaar hierbij dat ik door mijn ingezonden
brief in het Almelo's Weekblad van 23 januari 1996 de heer G.D.
Waanders ten onrechte heb beschuldigd en beledigd. Bovendien heb
ik de naam van mevrouw Regina von Metzsch-Schilbach, die inmiddels
is overleden, ten onrechte gebruikt en heb ik haar geen recht gedaan
met mijn uitlatingen. De mening van de heer G.D. Waanders, waarvan
de voorletters door het Almelo's Weekblad foutief als H.G. zijn
vermeld, dat er al vóór 1988 een vriendenkring in
Almelo was en dat deze in 1986 door mevrouw Von Metzsch-Schilbach
werd geleid, is juist. Het is ook juist dat er in 1986 een artikel
in het Dagblad van het Oosten over de Vriendenkring en mevrouw Von
Metzsch - Schilbach is verschenen en dat er in datzelfde artikel
gezegd wordt dat een dertigjarige vrijgezel in 1983 op het idee
van een vriendenkring voor alleenstaanden is gekomen. De heer
Waanders heeft zich terecht beroepen op dat krantenartikel.
Mijn beschuldiging dat de heer Waanders zijn informatie zonder vermelding
van adres of telefoonnummer bij het Almelo's Weekblad heeft ingediend
is onjuist gebleken. Mijn ingezonden brief van 23 januari 1996
heb ik ten onrechte mede ondertekend namens mevrouw Von Metzsch-Schilbach,
zij is echter niet op de hoogte geweest van de inhoud van de brief
en heeft derhalve geen toestemming gegeven voor publicatie.
Het is onjuist dat in mijn ingezonden brief de indruk wordt gewekt
dat mevrouw Von Metzsch-Schilbach geen bemoeienis heeft gehad met
de Vriendenkring Almelo.” In geval van niet opvolgen van
deze sommatie, zal ik uw cliënte onmiddellijk in kort geding
dagvaarden. Zij is hiermee een gewaarschuwd mens.”
Zo, dat zal hem leren! Als hij soms denkt dat hij me kan intimideren,
dan heeft hij het mis. Per kerende post komt het antwoord van
de advocaat:
“In goede orde ontving
ik uw brief van 3 april j.l. Ik heb er meer dan goede hoop op
dat, indien u zich werkelijk met een advocaat zou verstaan, deze
u - kennelijk meer dan ik - wél kan overtuigen van uw merkwaardige
opereren in opgemelde aangelegenheid en de onrechtmatigheid van
uw akties. Ik ga mij inmiddels zetten aan het voorbereiden
van een kort geding. Dezer dagen kunt u de dagvaarding tegemoet
zien. In verband met de agendering van de zitting zou ik
gaarne contact hebben met uw raadsman, zodat ook met diens verhinderdata
rekening kan worden gehouden. Indien ik niets van u verneem,
zal de Rechtbank zonder inachtneming van het vorenstaande de zaak
agenderen. Ik wijs u overigens op de niet onaanzienlijke kosten,
die aan een kort geding verbonden zijn en die te uwen laste zullen
worden gebracht. R.W.A. Koorn.”
Wat een dilettantisme van deze man, die zich meester in de rechten mag noemen.
Hij geeft totaal niet aan wat ik dan verkeerd zou hebben gedaan
en wat de eis in een kort geding zou zijn. Het spreekt voor
zich dat ik nooit meer iets van hem heb gehoord.
Jenny W. is al gauw daarna afgevoerd als consulente
van het huwelijksbureau, haar Vriendenkring is opgedoekt en tot
op heden (februari 2004) heb ik niets meer van haar in de media
vernomen. Tony Cassese is vertrokken bij het Almelo's Weekblad
en ook van hem is geen spoor meer te bekennen in de schrijvende
media.
Recht & Krom/Crazy
|