|
Waarom doet er niemand iets?
Recht & Krom/Maria Duval
[14 mei 2007]
bent politicus, officier van justitie, rechter, jurist, politieagent, journalist, uitgever, medewerker van een consumentenorganisatie, vakbondsmedewerker, burgemeester, programmamaker, postmedewerker, fraudebestrijder of gewoon een rechtschapen mens met compassie voor mensen die opgelicht worden.
U allen hebt ongetwijfeld een keer kennis genomen van de reclame-uitingen van “Maria Duval”, en als intelligent mens geconstateerd dat hier de iets minder schrandere medemens op een laag-bij-de-grondse wijze bij de neus wordt genomen.
Op een enkele uitzondering na doet u echter niets. U zwijgt in alle talen! Terwijl het toch om miljoenenfraude gaat, en degene die het al moeilijk heeft in het leven het meest wordt getroffen!
En zelfs als u er persoonlijk op wordt aangesproken, dan geeft u nog niet thuis.
Hoe zou dat toch komen? Het lijkt er bijna op dat heel veel mensen er belang bij hebben dat deze langdurende fraude nog langer in stand blijft.
Het staat in elk geval vast dat er van de bovengenoemde beroepsuitoefenaars en personen meer weet hebben van het “Maria Duval-schandaal”.
Neem bijvoorbeeld de heer J.V. (Joop) M., directeur Huis-aan-Huis-bladen van het Wegenerconcern. Deze meneer, die al lang in dienst is van uitgever Wegener, is verantwoordelijk voor de plaatsing van de vele paginagrote fraude-advertenties, waaronder die van Maria Duval, in de gratis weekkranten van deze uitgever.
De directeur maakt zich persoonlijk strafbaar door zijn medewerking aan oplichting via de advertenties die hij plaatst.
Ooit heb ik een lang gesprek gehad met deze man over een “activiteit” van zijn uitgeverij waardoor ik persoonlijk benadeeld was. De directeur betoogde in alle toonaarden dat hij van de prins geen kwaad wist, dat hij überhaupt van niks wist, dat hij er zeker niet bij betrokken was, dat hij mij nóóit enige informatie zou verstrekken over zijn “klanten” en dat hij het ook allemaal niet zo erg vond wat er was gebeurd. “Zoiets gebeurt zeer regelmatig”, was zijn opvatting.
Na moeizaam detectivewerk wist ik echter te achterhalen dat de man in alle opzichten gelogen had en dat hij volledig op de hoogte was van de voor mij nadelige activiteit.
Na confrontatie met de feiten is daar uiteindelijk zelfs nog een schadevergoeding uit gerold.
Toch wordt de man geen strobreed in de weg gelegd en kan hij ongestoord doorgaan met zijn onwettige activiteiten.
Hoe zou dat toch komen? Zou het misschien zijn omdat deze meneer ook nog voorzitter is van een landelijk bekende Twentse voetbalclub, eveneens gevestigd in Enschede?
Veel van de eerdergenoemde beroepsuitoefenaars hebben iets van doen met die club of zijn liefhebber van het spel. En sommige mensen zijn nu immers méér gelijk dan andere.
G. van E.
Recht & Krom/Maria Duval
|